Lai-Wah
Lai-Wah Inspiratie 23 mei 2018

Culy interviewt: de toffe gasten achter Jean sur Mer

Jan Kegels en Peter Vlyminck zijn de drijvende kracht achter ‘Jean sur Mer’. Naast hun coole foodtrucks zijn ze ook de retail-wereld aan het veroveren met hun eigen producten en boek ‘Zot van de Noordzee’. Culy ging op zoek naar het persoonlijke verhaal van deze twee toffe gasten.

Culy interviewt: de toffe gasten achter Jean sur Mer

Jean sur Mer

Jan Kegels richtte het original seafood-bedrijf Jean sur Mer op. Hij startte in 2010 met een eerste foodtruck, ondertussen zijn dat er al meerdere geworden. En verkoopt Jean sur Mer producten waarin vis centraal staat (kibbelingbeslag, mosselkruiden, diepvriesproducten …). Sinds de start van zijn bedrijf is hij een kookboek én een vaste chef, Peter Vlyminck, rijker.

Eerder schreven we al over het boek ‘Zot van de Noordzee‘ van Jean sur Mer waar de liefde voor Noordzeevis centraal staat. Maar wie zijn de mannen achter Jean sur Mer? Op een zonnig terras vroegen wij de mannen het (koks)hemd van het lijf.

Wat ligt er altijd in jullie koelkast?

Peter: “Mijn ijskast bestaat voor 80% uit groenten. Alhoewel natuurlijk niet alle groenten in de koelkast thuishoren. Bij mij zal je bijvoorbeeld nooit tomaten in de koeling aantreffen.”

Jan: “Onze koelkast staat in functie van onze twee kindjes. Ik steek de ijskast vol met lekkernijen voor hen. Ook veel groenten uiteraard en fruit dat in de ijskast hoort. We kijken elke dag wat we gaan eten en plannen niet te veel vooruit.”

Bij Peter liggen er trouwens ook altijd tubes gecondenseerde melk in de koelkast die hij het liefst zo opeet. “Vroeger aten wij dat thuis op brood. Het gaf energie en was goedkoop en voedzaam. Ik pikte dat altijd stiekem uit de ijskast (lacht) en die gewoonte is nooit gestopt.”

Wat stond er vroeger op tafel bij speciale gelegenheden?

Peter: “Wanneer ik verjaarde kreeg ik altijd Smurfentaart. Wil ik eigenijk nog steeds wel wanneer ik jarig bent. Dat was taart met een bodem van biscuit met abrikozencrème, afgewerkt met witte chocoladeschilfers en slagroom. De taart was trouwens wit en niet blauw.”

Jan: “Ons mama kan heel goed koken, het was bij ons elke zondag feest. Als wij zondag terug thuis gaan eten maakt ze nog steeds de klassiekers als rosbief of konijn.

Als het echt feest was kregen we kreeft met tongrolletjes, een lekker sausje en pommes duchesse.

En dat was pas het voorgerecht, maar daar zaten we dan al zo vol van, dat het hoofdgerecht altijd minder succes had (lacht).”

Wat is het eerste gerecht dat je ooit maakte?

Jan: “Dat moet patisserie geweest zijn. Ik maakte altijd cake in alle geuren en kleuren. Dat was vooral om meisjes te overtuigen mijn vriendinnetje te worden (lacht). En zelfgevangen Noordzeegarnaaltjes koken met mijn mama. Die zochten we op het strand op laag water in een emmertje. Dat doe ik nog steeds met mijn dochtertje.”

Peter: “Bolognesesaus. Ik werd al heel jong geprikkeld door eten. Ik zette een klein stoeltje naast het fornuis en wilde altijd in de potten roeren. Als er een erwtje naast de pot viel, moest ik die er direct terug insteken. Ik kan nog steeds niet tegen wanorde in de keuken. Wat een ideale eigenschap voor een chef is natuurlijk.”

Culy interviewt: de toffe gasten achter Jean sur Mer

Rijden jullie wel eens om voor een bepaald gerecht?

Jan: “Voor een goed potje mosselen in Yrseke over de grens, Zeeuwse oesters of de Oosterscheldekreeft als die in het seizoen is, durf ik al eens een ommetje te maken.

Als ik in de Haan ben, rijd of fiets ik altijd naar de vistrap in Oostende om de nachtgevangen vis ‘s morgens te kunnen kopen, wanneer ze nog kraakvers is.

Peter: “Ik ga voor heel veel dingen heel ver. Ik heb een boek (Must Eat, red.) en daarin staat waar je de beste gerechten van België kan eten. De beste garnaalkroket bijvoorbeeld. Ik heb heel dat boek dus afgewerkt. De beste garnaalkroket krijg je volgens dat boek in het Werfje in Zeebrugge en dat was inderdaad wel een fantastische garnaalkroket.”

Wat lusten jullie echt niet?

Jan: “Ingewanden, niertjes maagjes, koeientongen, orgaanvlees. Vroeger moesten wij altijd ons hele bord leeg eten en daar is het fout gegaan, denk ik. Ik moest eens een koeientong in madeirasaus eten bij mijn grootouders. Ik heb héél lang aan tafel gezeten die avond.”

Peter: “Ik eet en lust echt alles. Ik eet ook veel, het liefst zes keer op een dag, al zou je dat misschien niet zeggen (lacht). Als iets goed bereid is, eet ik het, al zijn het hanenkammen. Als iets niet goed is klaargemaakt, eet ik het niet.”

Wat was je eerste ervaring in een sterrenrestaurant?

Jan: “Maison Lameloise in Frankrijk op terugreis van vakantie. We werden in een apart zaaltje gezet wat wel een goed idee was met zes drukke kinderen (lacht). En ‘t Fornuis in Antwerpen is ook een van mijn eersten.”

Peter: “Ik heb zoveel sterrenrestaurants van binnen gezien, ook door mijn job uiteraard. Maar Sergio Herman in Oud Sluis is mijn eerste geweest. Ik heb daar à la carte gegeten en dat is lang terug, want ik werkte zelf nog niet in de gastronomie. Door daar te gaan eten heb ik uiteindelijk de stap gezet naar de gastronomie.

Sergio is, samen met Jonnie Boer (de Librije, red.) sindsdien een van mijn helden. Zij zijn de grondleggers geweest van mijn carrière

Wat maken jullie klaar als het eens snel moet gaan?

Peter: “Ik maak dan de ijskast leeg. Mijn vriendin koopt altijd allerlei producten zonder te weten wat daarvan gemaakt gaat worden. Ik trek de ijskast open en maak iets klaar met de dingen die ik voorhanden heb. Meer op gevoel dan op planning.”

Jan: “De kindjes houden het liefst van spaghetti of vissticks. Of chipolataworstjes met aardappelen, peekes en erwtjes en rode kool kan ik ook wel heel snel op tafel toveren. Voor thuis vind ik de traditionele Belgische keuken nog altijd de lekkerste.”

Wat typeert Jean sur Mer?

Peter: “We proberen de producten en de toepassingen in een ander daglicht te zetten. Normale kibbeling kent iedereen, maar er zijn veel toepassingen mogelijk. Een taco of burger met kibbeling bijvoorbeeld. We proberen altijd gerechten te maken met een hoek af. De opzet van het boek is om mensen terug meer vis te laten klaarmaken en hen aan te zetten om te kiezen voor vissen uit de Noordzee.”

Culy interviewt: de toffe gasten achter Jean sur Mer

Jan: “Onze boodschap is: eet vis van bij ons gevangen door de vissers van bij ons en dat in het juiste seizoen. Wij proberen dit mee te geven aan onze foodtruck-klanten, in het boek en in onze retailproducten.”

Eet vis wanneer het er is en eet vis van ons. En eet vis in combinatie met de groenten van het seizoen.

Meer weten? Jean sur Mer

Ontvang Culy nu wekelijks in je inbox!

Reageer op artikel:
Culy interviewt: de toffe gasten achter Jean sur Mer
Sluiten